Maak het verschil binnen jouw vakgebied

Wijziging jurisprudentie art. 4:84 Awb

Raymond van der Heijden | Legal

Raymond van der Heijden; adviseur bij de Directie Openbare Orde en Veiligheid

Als adviseur bij de Directie Openbare Orde en Veiligheid bij de gemeente Amsterdam houd ik mij o.a. bezig met de behandeling van verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur en met sluitingen van woningen en gebouwen op grond van de Opiumwet. Goede kennis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is daarbij zeer belangrijk.

Inleiding art. 4:84 Awb

Als jong student leerde je het al. Het leek jarenlang een baken in de bestuursrechtelijke wildernis. Het gaat over artikel 4:84 Awb. U herkent het wel. Het artikel bepaalt dat een bestuursorgaan besluiten neemt overeenkomstig de beleidsregel. Dus bij het nemen van besluiten moet het bestuursorgaan niet alleen kijken naar de wet en overige rechtsregels, maar het moet ook beslissen conform de door hemzelf opgestelde beleidsregel. Bijvoorbeeld: Als ambtenaar van de gemeente sluit ik (uiteraard op naam van de burgemeester) een horeca-inrichting. Bij die sluiting moeten ook de bepalingen van de beleidsregel in acht worden genomen. Tot zover de hoofdregel.

Artikel 4:84 Awb bepaalt ook dat het bestuursorgaan niet handelt overeenkomstig de beleidsregel, indien dat voor een persoon gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel. Er moet in dat geval sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Dit is de befaamde 'inherente afwijkingsbevoegdheid'.

Bijzondere omstandigheden

In de rechtspraak wordt sinds jaar en dag een vaste invulling gegeven aan het begrip bijzondere omstandigheden. Namelijk dat van bijzondere omstandigheden slechts sprake kan zijn, indien het gaat om omstandigheden die niet reeds in de beleidsregels zijn verdisconteerd; waar dus bij het opstellen van de beleidsregels geen rekening mee is gehouden. Bijvoorbeeld: bij een beleidsregel is (uiteraard) al rekening is gehouden met het feit dat bij een korting op een uitkering betrokkene minder geld te besteden heeft; geen bijzondere omstandigheid is dan bijvoorbeeld dat betrokkene zijn abonnement van een krant niet meer kan betalen.

Wijziging jurisprudentie

Bij uitspraak van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak deze rechtspraak gewijzigd. De Afdeling heeft nu bepaald dat bijzondere omstandigheden die bij het opstellen van een beleidsregel zijn verdisconteerd, niet reeds daarom buiten beschouwing kunnen worden gelaten.

In deze zaak speelde kort het volgende. De burgemeester van Breda sluit een woning op grond van artikel 13b Opiumwet in verband met het aantreffen van een groot aantal Xtc-pillen. Het besluit tot sluiting van de woning was o.a. gebaseerd op de beleidsregel. In de beleidsregel stond vermeld (verdisconteerd dan wel geacht moet worden te zijn verdisconteerd) dat - kortweg - bij de beoordeling of tot sluiting moet worden overgegaan geen rol speelt de vraag of al dan niet sprake was van overlast, dat de huurovereenkomst mogelijk zou worden ontbonden, en of wederpartij op de zwarte lijst van de woningbouwvereniging komt te staan als gevolg waarvan zij voor de duur van drie jaar geen nieuwe sociale huurwoning in de regio kan krijgen. Tegen het besluit is - uiteindelijk - hoger beroep bij de Afdeling ingesteld.

De Afdeling

De Afdeling oordeelde dat de Burgemeester de omstandigheden dat er nooit overlast heeft plaatsgevonden, dat als gevolg van het besluit tot sluiting van de woning de huurovereenkomst wellicht zal worden ontbonden, en dat wederpartij op de zogenoemde zwarte lijst wordt geplaatst, niet bij voorbaat bij de afweging als bedoeld in artikel 4:84 Awb buiten beschouwing mag laten.

Conclusie

Kortom, ook al heeft het bestuursorgaan in de beleidsregel aangegeven dat een aantal nader genoemde bijzondere omstandigheden geen rol kunnen spelen, dan toch moet het bestuursorgaan in het concrete geval afwegen of deze bijzondere omstandigheden toch tot een besluit moet leiden dat niet conform de beleidsregel is. Dus werk aan de winkel voor de besluitnemers!

Over mij

Ik ben een ervaren jurist bestuursrecht. Door mijn jarenlange werkzaamheden als juridisch medewerker bij de rechtbank Amsterdam heb ik veel kennis en kunde opgedaan met bezwaar- en beroepszaken. Ik heb opdrachten vervuld bij gemeentelijke en landelijke organisaties. Ook in het onderwijsrecht ben ik goed thuis. Ik ben veelzijdig, enthousiast en daadkrachtig en een goede organisator. Ik ben in staat om nieuwe zaken en omgevingen snel eigen te maken.